Brabantse werklocaties toekomstproof

Dagelijks gaan ruim 1,2 miljoen mensen aan het werk in Brabant. Het merendeel van deze banen landt op werklocaties: bedrijventerreinen en kantorenparken. De opgaven op deze terreinen veranderen snel, door onder meer de energietransitie, circulaire economie, toenemende criminaliteit en veranderende locatievoorkeuren. Dit vraagt om nieuwe afwegingen van de provincie, maar ook van gemeenten, Regionale Ruimtelijke Overleggen (RRO’s) en het Rijk. Wil men van werklocaties ‘waardelocaties’ maken dan is niet alleen aandacht nodig voor het ruimtegebruik van de terreinen, maar ook voor het sociaaleconomische en circulaire belang van deze gebieden. ‘Kiezen voor Kwaliteit’ is ook voor werklocaties aan de orde én urgent nu de ruimtedruk in Nederland toeneemt.

Opgaven richting 2030 
De industrie, logistiek en bouwnijverheid zijn belangrijke sectoren van werkgelegenheid in 
Brabant. De huidige ontwikkelingen laten zien dat door aanhoudende groei van deze sectoren 
de behoefte aan bedrijventerreinen blijft toenemen. Hoewel gemengde milieus van wonen, 
werken en ontspanning steeds meer praktijk worden, blijven in Brabant functionele bedrijventerreinen relevant. Met dit als vertrekpunt en met het vizier op 2030 zien wij als belangrijkste opgaven voor het werklocatiebeleid: 

Logistiek als grootste ruimtevrager
Brabant is dé logistieke hotspot. De logistiek is de belangrijkste ruimtevrager voor Brabant. 
De snelle opkomst van de XXL distributiecentra leidt inmiddels tot een maatschappelijk debat 
over de economische toegevoegde waarde en de regionale inbedding ervan, en de consequenties voor het landschap. Dit vraagt om een expliciete afweging of en hoe we de logistieke ruimtevraag ingevuld willen zien in Brabant: wat is de meerwaarde van de vestiging van logistieke bedrijven voor de (toekomstige) regionale economie en de samenleving? Hoe kunnen we tot een betere fysieke inpassing komen? Welke randvoorwaarden geven we mee? Voor deze afweging is relevant dat de ruimtevraag van logistiek meer is dan die van distributiecentra: de verwevenheid van de logistiek met de maakindustrie wordt steeds groter en logistiek zal zeer relevant zijn in de ontwikkeling van circulariteit. Tot slot is het goed om de vinger aan de pols te houden wat internationale ontwikkelingen als de Nieuwe Zijderoute betekenen voor de positie van Brabant op dit terrein. 

Kansen voor circulariteit
Circulariteit staat nog in de kinderschoenen. Het is op dit moment nog zeker geen vestigingscriterium voor bedrijven. De verwachting is dat dit richting 2030 gaat veranderen en impact gaat hebben op de inrichting van waardeketens en ruimtegebruik. Provincie en gemeenten dienen multimodaal ontsloten terreinen in de zware milieucategorieën 4&5 beschikbaar te houden, met het oog op fabrieken die reststromen gaan verwerken. Moerdijk heeft hiervoor overigens een uitstekende uitgangspositie, maar bij versnelde inzet op circulariteit zal meer nodig zijn. Om verder inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van circulariteit is een verkenning nodig: hoe gaan per sector de ketens eruitzien, wat zijn dan relevante regionale clusters en wat betekent dit voor de ruimtevraag? Gezien het regionale schaalniveau ligt er een rol voor de provincie om dit met de koplopers uit het bedrijfsleven in kaart te brengen. 

Veranderende locatie-eisen
De locatie-eisen van bedrijven en kantoren veranderen. Aan de ene kant is er een ontwikkeling 
zichtbaar naar informele werkmilieus. Er is ook in Brabant steeds meer vraag naar hoogwaardige 
locaties zoals Spoorzones die zich onderscheiden met een dynamisch multifunctioneel 
gebied. Aan de andere kant is een ontwikkeling zichtbaar van schaalvergroting op bestaande functionele bedrijventerreinen. Deze dynamieken moeten worden benut om tot kwaliteitsverbetering van bestaande gebieden en werklocaties te komen. Ook is van belang 
om verdrukking van functies te voorkomen. Behoud van schaarste in aanbod is een belangrijke 
voorwaarde. De Omgevingswet biedt flexibiliteit, waarbij het bereiken van omgevingskwaliteit 
het uitgangspunt moet zijn. 

Werklocaties toekomstproof
Verschillende ontwikkelingen bieden uitdagingen voor werklocaties. Het meest prominent 
zijn veranderingen op het vlak van energietransitie, klimaatadaptatie, digitale ontwikkelingen, veranderende mobiliteit en stijgende criminaliteit. Om hierop in te kunnen spelen moet de basis 
op orde zijn: zicht hebben op de stand van zaken op locaties en investeren in publiek-private 
samenwerking om gezamenlijke investeringen van de grond te krijgen. Gemeenten hebben 
hierin de primaire rol, in samenwerking met ondernemers. De provincie kan faciliterend zijn, 
bijvoorbeeld om te komen tot businessmodellen voor parkmanagement. 

Van sturende prognoses naar adaptieve planning
Om de ruimtebehoefte te bepalen, werkt de provincie met prognoses als basis voor RRO’s. 
Hoewel prognoses relevant blijven om een stip op de horizon te kunnen zetten, worden de jaarlijkse monitoring en bijsturing steeds relevanter. Vanuit het oogpunt van snel veranderende 
ontwikkelingen is een tussentijdse vinger aan de pols gewenst. De monitoring kan ook inzicht 
geven in de voortgang op energietransitie, circulariteit etc. 

Aanbevelingen
Dit leidt ten slotte tot de volgende aanbevelingen: 
• Benader de logistieke ruimtevraag vanuit de meerwaarde voor het regionale ecosysteem & 
stel voorwaarden aan nieuwe logistieke vestigers; 
• Sorteer voor op toekomstige circulariteit met een no-regret strategie & breng verder in 
kaart wat circulariteit in de praktijk inhoudt; 
• Benut de vraag naar vestiging en bedrijfsuitbreiding om dynamiek op bestaande en 
verouderde terreinen te creëren; 
• Bied ruimte aan functiemenging in hoogstedelijke omgeving, zodat functies elkaar kunnen 
versterken en leiden tot economische, ecologische en maatschappelijke schaalvoordelen; 
• Maak inzichtelijk wat kansrijke en kansarme locaties zijn en hanteer scans om de stand 
van zaken van verschillende ontwikkelingen op werklocaties in beeld te brengen; 
• Investeer in parkmanagement 2.0 en verken zorgplicht en constructies als erfpacht om 
toekomstige verwaarlozing op terreinen te voorkomen; 
• Benut de jaarlijkse monitoring van uitgifte en planontwikkeling voor tussentijdse bijsturing, 
en breid deze uit met de voortgang op duurzaamheid; 
• Zorg dat de woningbouw- en werklocatieprogrammering op elkaar afgestemd worden; 
• Verken de mogelijkheden om kwaliteitscriteria voor werklocaties te borgen in instrumentarium 
(bij bv. uitgifte van grond, vergunningen).

Type: Onderzoeksrapport

11th February 2020