De markt voor bedrijventerreinen

Uitkomsten van onderzoek en beleid

Voorwoord - Peter Noordanus 
De aanbevelingen van de Taskforce (Her)ontwikkeling Bedrijventerreinen (2009) staan centraal in dit boek. Als oud-voorzitter van de taskforce voorzie ik de bijdragen graag van een kort voorwoord. Het is bij bedrijventerreinplanning in Nederland hollen of stilstaan. Waar de aanleiding voor de taskforce naast het achterblijven van herstructurering vooral de overplanning 
van voor de kredietcrisis was, is de vraagstelling vandaag de dag een totaal andere geworden. In dat opzicht is het werk van de taskforce van meer geschiedkundige waarde en dus per definitie gedateerd. Wat niet wegneemt dat achterliggende gedachten en concepten nog steeds het doordenken waard zijn. 

Voor mij komt in de kern het advies van de taskforce op het volgende neer: 
• Kies voor een secure vraaggerichte aanbodplanning op regionaal niveau en dring daarmee mogelijke overplanning terug. 
• Begin daarbij met de ruimtelijke mogelijkheden die bestaande bedrijventerreinen qua herstructurering bieden. 
• Kies voor regionale verevening voor wat betreft de grondkosten. 
• Prijs bij nieuw aanbod kosten van herstructurering (voor een deel) in. 

Waar het rapport van de taskforce verscheen in de tijd van de euforie bij gebiedsontwikkeling in ons land, zijn de omstandigheden vandaag grondig anders. De vraag naar bedrijventerreinen 
is drastisch gereduceerd. Grondbedrijven hebben fors af moeten boeken en zitten op zwart zaad. De uitgifteprijzen staan onder druk en zowel de animo als de feitelijke mogelijkheden voor regionale verevening zijn nauwelijks aanwezig. Tot zover de taskforce. Met daarbij nog even de 
kleine kanttekening dat het de staatssecretaris van Economische Zaken was die door de laatste rijksbijdragen aan bedrijventerreinontwikkeling weg te bezuinigen als eerste de 
handdoek in de ring wierp. Wat blijft is dan de relevantie van het taskforceadvies voor de huidige praktijk van bedrijventerreinontwikkeling. 

Ik zie drie punten: 
1. Allereerst het voorkomen van onnodig ruimtebeslag. De SER-ladder – synchroon met het taskforceadvies ontwikkeld – en daarin ook overgenomen blijft een nuttig instrument 
daarvoor, mits doordacht gebruikt, lettend op specifieke vraagprofielen van verschillende typen bedrijvigheid. 
2. Dan regionale aanbodprogrammering. Die blijft nodig. Paradoxaal genoeg misschien nu niet om overaanbod te voorkomen, maar juist om – gelet op de zeer beperkte polsstok van grondbedrijven – te zorgen dat er waar nodig additioneel aanbod komt. 
3. Dan de noodzaak voor herstructurering: die blijft eveneens nodig en actueel om te voorkomen dat in en rond de steden verloederende ‘brownfields’ ontstaan. De bekostiging van deze economische stadsvernieuwing blijft echter een breinbreker van de eerste orde nu verevening en inprijzing van de (onrendabele) kosten als perspectief achter de horizon verdwenen zijn. 

Misschien is voor dit laatste element wel opnieuw een taskforce nodig. Op Europees niveau wordt de stedelijke problematiek immers opnieuw ontdekt en daar hoort die economische stadsvernieuwing bij. Hier ligt voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 
als coördinerend bewindspersoon voor het project stad een heldenrol. 
Een boek als dit kan dat mede bevorderen.

Type: Onderzoeksrapport

11th February 2020